U bevindt zich hier: Home

Interview met een Dierenartsassistent

Opleidingen en cursussen

Vind een cursus of training. In samenwerking met Springest

Boeken

Advertenties

Femke Bosboom (36) is Dierenartsassistente-Paraveterinair bij Dierenkliniek Marnixstraat in Haarlem.

              

 

Hoe ben je aan deze baan gekomen?

“Ik wilde van kinds af aan een eigen bloemenwinkel. Vandaar dat ik ook naar de bloemenvakschool ben gegaan.  Na ongeveer zes jaar in een bloemenwinkel gewerkt te hebben, wilde ik toch wat meer administratief bij leren en dus ben ik naar kantoor verhuisd.  Maar dat stil zitten achter de computer is niet voor mij weggelegd…  Mijn vriendin heeft een eigen uitlaatservice en daar heb ik veel bij geholpen. Leuk, lekker wandelen met al die viervoeters. Dat wilde ik ook. Zodoende ben ik bij een uitlaatservice in dienst gegaan en heb dit vijf jaar met heel veel liefde gedaan. En ja, als acht honden lopen te ravotten met elkaar, raakt er wel eens eentje gewond. Op naar de dierenarts. Ik vond het zo leuk om te zien hoe die meiden en dierenartsen aan het werk waren. Ik kon alleen maar denken: dit is wat ik wil, hoe kan ik mij omscholen?!”

Welke opleiding heb je gevolgd om Dierenartsassistente te worden?
“Ik heb uiteindelijk gekozen voor de zelfstudie Dierenartsassistent Paraveterinair via de LOI. Deze opleiding kon ik combineren met mijn werk.  Er moest tenslotte ook nog brood op de plank komen.
Als Paraveterinair zijnde mag je meer dan Dierenartsassistente alleen. Je mag assisteren bij operaties, zelf kleine handelingen verrichten zoals bloed afnemen,  infuus aanleggen, katers castreren en röntgenfoto’s maken. Vandaar dat ik voor deze opleiding gekozen heb.”

“Ik vond het zo leuk om te zien hoe die meiden en dierenartsen aan het werk waren als één van mijn uitlaathonden iets had, dat ik alleen maar dacht: dit is wat ik wil, hoe kan ik mij omscholen?!”

Kun je een gemiddelde werkdag beschrijven?

“We beginnen de dag altijd met alles op te starten.  De computers en röntgenapparaat aanzetten en de operatiekamer klaarzetten voor de operaties die dag. Eventueel dieren die in de opname zitten verzorgen, medicatie geven en hokken verschonen. De lades in de spreekkamers waar alle soorten en maten spuiten en naalden in liggen bijvullen voordat de dierenartsen aan het spreekuur beginnen. Zo ook de vaccinaties en eventueel andere benodigdheden.

Vervolgens komen om half 9 de eerste cliënten met hun dieren. Ofwel de dieren worden vast gebracht voor de geplande operaties, ofwel voor het spreekuur. De dierenartsen draaien eerst twee uur spreekuur. Onze taak is dan het assisteren in de spreekkamer waar nodig. Ook doen wij baliewerkzaamheden, het aanmelden van de cliënten, afrekenen, het meegeven van medicijnen, enzovoort. Vanaf ongeveer half 11 gaat de ene dierenarts opereren, en eventueel kan de andere verder met het spreekuur.  Tussen 12 en 13 uur probeert iedereen pauze te nemen.

In de middag zitten de dierenartsen vol met spreekuren en de achter-assistent, die geholpen heeft bij de operaties, neemt ook de verzorging van de operatiepatiënten op zich. Zij geeft de dieren mee als zij weer opgehaald worden en maakt de operatiekamer en -benodigdheden weer schoon. De voor-assistent blijft meer voor bij de balie werken. De midden-assistent helpt in de spreekkamers bij de balie of achter bij de patiënten. De midden-assistent is zo’n beetje de vliegende keep.”

Welke competenties zijn belangrijk in je beroep?

“Dit werk kan heel hectisch zijn; zo is het rustig en zo komen er allemaal spoedgevallen. Dus je moet goed kunnen anticiperen. Ook moet je vooral niet bang zijn voor dieren. Vaak zijn zij wel bang en kunnen ze zich wat agressief gedragen, ook al bedoelen ze het niet zo maar is het puur angst.
Ook moet je een sterke maag hebben en tegen bloed kunnen. Maar ook een goede omgang met mensen is heel belangrijk. Soms zijn ze heel emotioneel en iedereen reageert dan anders.”

Wat is de grootste uitdaging in je werk?
“Ik wil altijd graag blijven  leren. Ik vind alles interessant, boeiend en uitdagend. Daarom volgen we ook geregeld nascholingen.  Ik ben nu bezig voor voedingsconsulente. Ook ben ik me meer aan het specialiseren in kattengedrag, -problemen en -agressie. Dit is heel boeiend, want katten zijn nou eenmaal moeilijk te doorgronden. Als je aan de klant uitlegt dat bijvoorbeeld plassen in huis veelal komt door stress, is meestal het eerste antwoord: “Mijn kat stress? Die heeft geen stress, die slaapt heel veel!”. Maar katten kunnen van het verplaatsen van de bank al stress hebben.  Zo is elke kat met zijn eigen probleem altijd een uitdaging. Ik blijf ook absoluut een hondenliefhebster, dus ik geef ook graag hondeneigenaren tips bij het opvoeden van hun dier.”

                    “Ik specialiseer me in kattengedrag, - problemen en –agressie. Veel mensen snappen niet dat een kat van het verplaatsen van de bank al stress kan hebben”

Wat geeft jouw baan de meeste voldoening?
“Ik vind opereren heel erg leuk. Dit doe ik het allerliefst. En hoe ingewikkelder of gecompliceerder, hoe beter. En het kunnen en mogen verrichten van de kleine werkzaamheden, zoals bloed afnemen, infuus plaatsen, urine, ontlasting, en bloed onderzoeken. Ook de omgang met de baasjes, zij zijn toch vaak ongerust of emotioneel of juist heel blij dat hun lieve viervoeter weer beter  is.”

Wat maakt deze baan aantrekkelijk?
“De veelzijdigheid. De afwisseling. En natuurlijk de operaties. Je moet wel een sterke maag hebben wil je dit vak kunnen uitoefenen.”

Wat zijn de minder leuke kanten van je baan?

“Mensen vragen altijd als eerste of ik het niet erg vind om een dier in te laten slapen. Ik sta daar heel nuchter in. De dierenarts laat niet zomaar een dier inslapen, vaak is het het beste voor het dier. Dan is het fijn dat de baasjes en de dierenarts de beslissing kunnen en mogen nemen, zodat verder lijden bespaard blijft. Erger vind ik dat de baasjes niet altijd op tijd aan de bel trekken als er iets mis is met hun huisdier. Natuurlijk ook omdat de dieren het niet altijd even snel laten merken omdat het van nature overlevers zijn. Laten ze wel iets merken, dat worden ze al snel door een prooi opgegeten in het wild. Maar er gebeuren dingen die je haren weleens rechtop doen staan hoor. Ze kwam er eens iemand binnen die zei dat zijn konijn een wondje aan zijn oor had en of we daar even naar konden kijken. En serieus, allebei zijn oren waren gewoon tot de helft opgegeten, eraf gebeten, weg! Dan word ik toch wel een beetje boos van binnen. Of er komt iemand die zegt dat zijn dier al een paar dagen niet zo goed meer eet, en vervolgens komt er een broodmager katje op de tafel!”

Wat zou je doen als je geen Dierenartsassistente zou zijn?
“Dan zou ik toch terug naar mijn roots gaan als bloemiste!”

“Ooit kwam er iemand binnen die vroeg of we even naar het oor van zijn konijn wilden kijken; er zat een wondje op. Bleek dat zijn oren tot de helft waren opgegeten”

Wat was je droombaan als kind?

“Mijn eigen bloemenwinkel. Dit was echt vanaf mijn geboorte al mijn baan. En mijn winkel zou “Fleur kado” heten.”

Welk advies zou jij mensen die Dierenartsassistente willen worden geven?

“Het is een pittige studie. Je moet er voor de volle 100 procent voor gaan en vooral inlevingsvermogen hebben. Zowel in dier als in mens. Het is een geweldig beroep, je krijgt er heel veel voldoening van.”

Over Dierenkliniek Marnixstraat
“Ik werk in Haarlem bij Dierenkliniek Marnixstraat. Ik werk hier nu ruim een half jaar. Hiervoor heb ik bij Dierenkliniek Amstelplein gewerkt. Daar zat ik op mijn plek, maar nadat de eigenaresse de praktijk in maart 2012 had overgedragen aan een andere dierenarts had ik het niet meer naar mijn zin. Ik had niet de mogelijkheid tot het verdere ontwikkelen van mezelf. En stil staan wil ik niet. Nu ben ik weer volop in beweging en doe ik aan bijscholing.  Een leuke drukke kliniek waar ik veel leer en het erg naar mijn zin heb. 

Ook zijn wij druk bezig om een Cat-friendly Clinic te worden, waar er nog niet veel van zijn in Nederland.  Er zijn in Nederland steeds meer katten dan honden. Alleen in de praktijk zie je dat het meer op honden is gericht. Om een Cat-friendly Clinic te kunnen zijn moet de praktijk aan veel strenge eisen voldoen. Ook het personeel moet zich aan vele regels houden.  Dit om het bezoek van de kattenpatiënten, die over het algemeen toch angstig zijn, zo ontspannen mogelijk te maken en de stress voor de katten te beperken tot een minimum. Dit resulteert in meer gelukkige en minder gestreste katten.”