Omscholen naar de lesauto? Begin op de bijrijdersstoel

Je rijdt al twintig jaar auto. Je weet precies wanneer je moet afremmen voor een rotonde en je kijkt automatisch over je schouder voordat je van rijstrook wisselt. Maar waarom doe je dat op dat moment, en niet een seconde later? Grote kans dat je het niet meteen kunt uitleggen.

Die vraag is de kern van het vak van rijinstructeur. Wie overweegt om om te scholen, begint vaak met het vergelijken van opleiders en prijzen. Logisch, maar volgens mij is dat de verkeerde volgorde. Begin met een dag meerijden naast een instructeur. Binnen een paar uur zie je of dit werk bij je past, lang voordat je een euro aan studieboeken uitgeeft.

Wie mag er eigenlijk aan beginnen? 

Rijinstructeur is in Nederland een beschermd beroep. Rijles geven mag alleen met een geldige WRM-bevoegdheidspas, en die krijg je pas als je de examens bij IBKI hebt gehaald. IBKI is het exameninstituut voor de mobiliteitsbranche en stelt een paar duidelijke instapeisen.

  • Je bent minimaal 18 jaar.
  • Je hebt een geldig rijbewijs B zonder beperkingscode 100, 101 of 105.
  • Je hebt minimaal een vmbo-diploma (theoretische of gemengde leerweg) of mbo-niveau 2. Heb je dat niet, dan kun je een WRM-geschiktheidstest doen.
  • Je hebt een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG).


Een minimum aantal jaren rijervaring staat niet in dat rijtje. Wettelijk hoeft dat ook niet. In de praktijk helpt een paar jaar achter het stuur wel, omdat je dan al veel situaties zelf hebt meegemaakt.

Wil je weten hoe zo'n overstap er praktisch uitziet, van de VOG-aanvraag tot het moment dat je als zelfstandige in je eigen lesauto stapt? Een overzicht van de stap naar rijinstructeur helpt om je planning concreet te maken.

Eerst gaat je eigen rijgedrag op de schop

De opleiding begint niet bij lesgeven, maar bij jezelf. Het eerste deel draait om je eigen verkeersdeelname. Bij het theorie-examen verkeerstaak beantwoord je 60 meerkeuzevragen in 90 minuten. Daarna volgt een praktijkrit van 75 minuten. Je rijdt, en ondertussen leg je uit waarom je doet wat je doet.

Dat klinkt makkelijker dan het is.

Ervaren automobilisten rijden grotendeels op de automatische piloot, inclusief de slordige gewoontes. Eén hand losjes onderaan het stuur, een spiegelblik die eigenlijk een halve blik is. In de opleiding leer je die gewoontes eerst af. Pas daarna kun je ze bij een ander herkennen en benoemen.

Daarna komt het eigenlijke vak

In het tweede deel leer je lesgeven. Twee theorie-examens toetsen of je een lesprogramma op maat kunt maken en of je een les goed uitvoert en beoordeelt. Het gaat dan over coachen, over het inschatten van de vorderingen van een leerling en over het bijsturen van je aanpak als iemand vastloopt. Een zenuwachtige zeventienjarige vraagt nu eenmaal iets anders van je dan een veertiger die na jaren uitstel alsnog zijn rijbewijs wil halen.

Opleiders bieden dit klassikaal, online of als mix aan. Reken bij een klassikale of gemengde opleiding op ongeveer vijf tot zeven maanden. Online kan het sneller, als je de discipline hebt om zelf te studeren.

Denk ook niet te licht over de kosten. Opleiding en examens samen lopen al snel op tot enkele duizenden euro's. Ontvang je een uitkering of kom je via een reorganisatie in beweging? Informeer dan bij het UWV of je werkgever naar de mogelijkheden. In sommige gevallen kan een transitievergoeding of een outplacementtraject een deel van de rekening dekken.

Veertig uur waarin alles samenkomt

Het laatste deel is de stage. Die duurt 40 uur, waarvan 5 uur passief en 35 uur actief. In de passieve uren kijk je mee met een ervaren instructeur. Eén van die uren rijd je mee naar een tussentijdse toets of een praktijkexamen van een leerling. In de actieve uren geef je zelf les, met een stagebegeleider naast je.

Daarna volgt de stagebeoordeling. Je geeft dan een echte les aan een leerling die nog geen rijbewijs heeft, terwijl een examinator van IBKI meekijkt. Je stagebegeleider blijft buiten de auto. Die beoordeling mag je binnen een jaar twee keer herkansen. Lukt het dan nog niet, dan vervallen ook je resultaten van de eerste twee delen. Alleen de stage blijft staan.

Daarom is een goede stageplek zo veel waard. Een rijschool die je in die 35 uur echt laat lesgeven, aan leerlingen van verschillende niveaus, bereidt je beter voor dan een plek waar je vooral meekijkt. Let bij het vergelijken van de opleiding voor rijinstructeurs dus ook op de vraag of je opleider helpt bij het vinden van een stageplek.

Waarom één meerijdag meer zegt dan een studiegids

Met de WRM-pas op zak ben je er nog niet voor altijd. De pas is vijf jaar geldig. Wil je hem verlengen, dan volg je in die periode minimaal zes dagdelen bijscholing van elk minstens drie uur. Ook rijd je een praktische begeleiding met een IBKI-examinator en lever je een nieuwe VOG aan. Het vak vraagt dus onderhoud, net als de auto waarin je lesgeeft.

Dat maakt omscholen een grotere keuze dan een opleiding van een paar maanden. Je kiest voor een beroep waarin je de hele dag naast iemand zit die nog fouten maakt. Sommige mensen worden daar rustig van. Anderen raken binnen een uur geïrriteerd.

Welke van de twee jij bent, lees je niet in een brochure. Dat merk je op een dinsdagochtend in een lesauto, wanneer een leerling voor de derde keer de motor laat afslaan bij hetzelfde stoplicht en jij zoekt naar het antwoord op de vraag waarom.

 

 

 

 

 

 

 


Terug naar het overzicht