Waarom een goed team meer vraagt dan een groep goede professionals

Zet vijf vakmensen bij elkaar die in hun eentje uitblinken, en je verwacht een team dat alles aankan. In de praktijk gebeurt vaak het tegenovergestelde. De vergaderingen lopen uit, beslissingen blijven hangen, en iedereen werkt hard zonder dat de optelsom ergens op uitkomt. Niet omdat de mensen niet deugen. Maar omdat samenwerken een ander soort vaardigheid is dan je vak goed beheersen.

Dat onderscheid wordt op de werkvloer makkelijk over het hoofd gezien. Wie iemand aanneemt, kijkt naar diploma's, ervaring en resultaten uit het verleden. Allemaal individueel meetbaar. Hoe iemand zich verhoudt tot vier anderen die ook een mening hebben, staat op geen enkel cv. En juist daar wordt bepaald of een team draait of vastloopt.

Het idee dat een team zichzelf wel vormt

De aanname zit diep. Goede mensen plus een duidelijk doel is gelijk aan een goed team. Het klinkt logisch, en het is precies waarom zo veel teams onder hun niveau presteren.

Een groep wordt namelijk niet vanzelf een eenheid. De eerste weken lijkt alles soepel te gaan, omdat niemand nog op iemands tenen heeft gestaan. Daarna beginnen de patronen. De een neemt steeds het woord, de ander trekt zich terug. Er ontstaat een onuitgesproken pikorde over wie de meeste invloed heeft. En de werkelijke afspraken over hoe je met elkaar omgaat staan nergens, dus iedereen vult ze zelf in op basis van wat thuis of bij een vorige werkgever normaal was.

Op dat moment heb je nog steeds vijf sterke professionals. Maar je hebt geen team. Je hebt vijf mensen die toevallig in dezelfde ruimte zitten en hopen dat het goed komt.

Wat er onder de oppervlakte speelt

Als een team hapert, gaat het gesprek bijna altijd over de inhoud. Het project liep uit, de planning klopte niet, de kwaliteit viel tegen. Allemaal waar, en allemaal symptoom. De oorzaak zit een laag dieper, op het niveau van hoe mensen zich tot elkaar verhouden.

Neem rollen. In elk team ontstaan ze, of je ze nu benoemt of niet. Iemand wordt de aanjager, iemand de criticus, iemand de bruggenbouwer, iemand de stille kracht die alles onthoudt. Zolang die rollen elkaar aanvullen, gaat het goed. Maar zodra twee mensen dezelfde rol claimen, of niemand een rol pakt die het team nodig heeft, ontstaat er wrijving die niemand kan plaatsen.

Dan de verwachtingen. Wat de een onder "afgerond" verstaat, is voor de ander pas het begin van de echte controle. De een mailt 's avonds door en gaat ervan uit dat anderen dat ook doen, de ander beschermt zijn vrije tijd en voelt zich onder druk gezet. Niemand spreekt het uit, want het lijkt te klein om over te beginnen. Tot het zich opstapelt en eruit komt op een moment dat er eigenlijk iets heel anders aan de hand is.

En er is het verschil tussen proces en inhoud. De meeste teams zijn getraind om over inhoud te praten. Cijfers, oplossingen, deadlines. Praten over hoe het gesprek zelf verloopt, wie er ruimte krijgt, waarom een bepaald onderwerp steeds wordt ontweken, voelt ongemakkelijk en zweverig. Dus blijft het liggen. Terwijl daar de echte blokkade zit. Een team dat eindeloos over de inhoud blijft cirkelen, heeft meestal een procesprobleem dat niemand durft te benoemen.

Wat een teamcoach feitelijk doet

Hier komt het vak van teamcoaching in beeld, en het is iets anders dan wat veel mensen zich erbij voorstellen. Een teamcoach lost het inhoudelijke probleem niet op. Die heeft geen verstand van jouw markt, jouw software of jouw vakgebied, en dat hoeft ook niet. Het werk zit op de laag eronder.

Een teamcoach maakt zichtbaar wat een team zelf niet meer ziet, omdat het er middenin zit. De coach merkt op dat dezelfde twee mensen elk overleg de toon zetten en de rest afhaakt. Dat een bepaald onderwerp telkens wordt aangeraakt en daarna snel weer weggeschoven. Dat er hard wordt geknikt op afspraken waar niemand zich daarna aan houdt. Dat is geen toeval, het is een patroon, en patronen kun je benoemen.

Het tweede deel is dat bespreekbaar maken zonder dat er een schuldige wordt aangewezen. Dat is het lastige stuk. Mensen voelen feilloos aan wanneer een gesprek over hun functioneren gaat, en dan gaan de luiken dicht. Een coach houdt het gesprek bij het team als geheel. Niet "jij onderbreekt te veel", maar "ik zie dat ideeën hier zelden afgemaakt worden, wat gebeurt daar?". Het verschil lijkt klein en bepaalt alles.

Een goede coach lost het ook niet voor het team op. Het doel is niet dat de coach de problemen wegneemt, maar dat het team leert die zelf te zien en te bespreken. Anders verandert er niets zodra de coach weer weg is.

Een richting die je kunt leren

Wat het vak interessant maakt voor wie nadenkt over de eigen loopbaan, is dat het te leren valt. Het beeld bestaat dat sommige mensen nu eenmaal goed zijn met groepen en de rest niet, maar het zit grotendeels in vaardigheden die je kunt oefenen. Een gesprek sturen zonder het over te nemen. Een patroon benoemen zonder iemand te beschuldigen. Stilte laten vallen en uithouden tot iemand er zelf in stapt. Voelen wanneer de spanning in een ruimte oploopt en weten wat je daar dan mee doet.

Die vaardigheden komen niet uit één boek. Je ontwikkelt ze door te oefenen, door fouten te maken in een veilige setting en door iemand die het vak verstaat te laten meekijken op je eigen aanpak. Daarom kiezen mensen uit heel verschillende hoeken, leidinggevenden, HR-professionals, trainers en zelfstandige coaches, voor een teamcoach-opleiding waarin ze die manier van kijken en interveniëren stap voor stap onder de knie krijgen.

Voor je loopbaan opent dat een kant op die naast je bestaande vak ligt in plaats van erbovenop. Wie inhoudelijk sterk is en daar de vaardigheid om groepen te begeleiden bij optelt, wordt op een andere manier waardevol. Niet als de persoon die het werk doet, maar als degene die ervoor zorgt dat een groep het werk samen beter doet. In organisaties die steeds meer in wisselende teams en projecten werken, is dat een schaarse combinatie.

Het begint met de keuze om naar die onderstroom te kijken in plaats van alleen naar de inhoud. De volgende keer dat een overleg vastloopt en je niet kunt benoemen waarom, let dan eens niet op wat er wordt gezegd, maar op wie er praat, wie er zwijgt en wat er stelselmatig wordt vermeden. Daar ligt het echte werk, en daar valt het ook te leren.


Terug naar het overzicht